Halverwege tussen een zondagse wandeling en archeologie uit een film, verbergt Collserola plekjes die lijken te zijn opgeslokt door de berg zelf. Een van die plekken is de Torre de Santa Margarida, ook wel bekend als Valldonzella la Vella. Als je graag door de bergen dwaalt op zoek naar meer dan alleen een mooi uitzicht op de Tibidabo, dan zijn deze ruïnes een must-see om te begrijpen waarom Barcelona een stad is die gebouwd is op lagen en lagen geschiedenis.
Hoewel we vandaag de dag alleen nog maar stenen muren zien die nog maar net overeind staan en een toren die tegen de zwaartekracht vecht, was dit complex, ergens in de 12e eeuw, de eerste thuisbasis van de cisterciënzer nonnen die zich later in de Calle del Císter zouden vestigen. Maar voordat het een toonaangevend klooster in de stad werd, was het een kleine kapel, omgeven door stilte en ongerepte natuur, die nog steeds die mysterieuze sfeer heeft waar we zo van houden.
Een middeleeuws toevluchtsoord tussen steeneiken
Het bijzondere aan de Torre de Santa Margarida is dat het geen ‘zuivere’ ruïne is. Het is een complex dat een oude kerk, een boerderij en de toren zelf combineert, allemaal geklasseerd als Cultureel Erfgoed van Lokaal Belang. Hierheen komen is als een reis naar het verleden: de stenen vertellen ons dat het oorspronkelijke klooster van Santa María de Valldonzella rond het jaar 1237 in deze diepe vallei werd gesticht, op de vlucht voor de drukte (ja, zelfs toen al) van de vlakte van Barcelona.
Het leven in de bergen was echter niet gemakkelijk. Door de onveiligheid in het gebied en het barre klimaat besloten de nonnen te verhuizen naar de buurt van de Creu Coberta. Wat ze achterlieten was een bouwwerk dat in de loop der eeuwen een boerderij werd en uiteindelijk het romantische skelet dat we vandaag de dag zien. Het is de perfecte plek voor wie op zoek is naar het minder gepolijste Barcelona, datgene wat niet in de reisgidsen staat maar wat je voelt bij elke stap op de vochtige aarde van de bergen.
Het geheime hoekje van de wandelaars
Om vanuit het centrum van de stad op dit filmische decor te komen, kun je het beste de Ferrocarrils de la Generalitat (FGC) nemen naar het station Baixador de Vallvidrera. Eenmaal daar aangekomen neem je het pad dat naar de wijk Budellera leidt of volg je de borden naar het stuwmeer van Vallvidrera. Zo kom je op een rondwandeling van ongeveer 10 kilometer die je door het diepste deel van Collserola naar de overblijfselen van het klooster brengt.
Als je besluit om erheen te gaan, onthoud dan dat je te maken hebt met kwetsbaar erfgoed. De schoonheid van Valldonzella la Vella ligt juist in de natuurlijke staat van verval, een beeld dat ons eraan herinnert dat, hoezeer de stad ook groeit, Collserola altijd ruimte bewaart voor het wilde en het oude. Het is het perfecte plan als je op zoek bent naar een ochtendje ontspanning zonder de gemeente te verlaten, waarbij je een beetje beweging combineert met het plezier van het ontdekken van een van die geheimen die de berg maar niet wil prijsgeven.